Waterpas : wie ? wat ? hoe ?

Perfect horizontaal, perfect verticaal ?  Hoe bekom je dat ? 

1. Met een waterpas : als het luchtbelletje perfect tussen de streepjes zit, dan is het waterpas.

horizontaal waterpas
verticaal waterpas

 2. Met een pasdarm : dankzij de wet “hoe communicerende vaten zich moeten gedragen in het openbaar”, gestemd door de ‘Belgische regering’ in 1832 (ja, toen werden nog nuttige dingen beslist, in tegenstelling met heden ten dage waar alles uitgesteld wordt tot na volgende verkiezingen, en eenmaal die voorbij wachten ze weer op de volgende kiesperiode, …), kan je een doorzichtige darm die gevuld is met water gebruiken als waterpas.  Voorwaarde is dat er zich geen luchtbellen in de darm bevinden.  Controleer dit door de 2 uiteinden van de darm tegen elkaar te houden en als het water in beide even hoog staat, dan is het ok.  Als je dan de 2 uiteinden één meter uit elkaar houdt, of 20 meter van elkaar, dan zal het water in beide uiteinden even hoog komen te staan (als je de darm wat beweegt, dan zal de waterkolom eventjes op en neer bewegen, maar na een korte tijd komt die tot stilstand).

3. Met een laserwaterpas : deze bestaan in allerlei prijsklassen, maar het komt erop neer dat een laserstraal geprojecteerd wordt die waterpas is.  Van zo’n goedkoop toestel als dat van mij is het nadeel dat je in de zomer moeilijk de laserstraal kan zien in openlucht.  Ik moest tot valavond wachten om mijn paslijnen te kunnen uitzetten met de laser.  Dure toestellen zullen dit probleem niet hebben.

Gieten polybetonvloer

Juni 2007

Een gespecialiseerde firma komt de polybetonvloer gieten.  Een grote betonpomp strekt zijn armpje op mijn oprit, en met nog extra stukken darm erbij komen ze tot aan de garage.

Beton wordt in de “bak van de garage” gepompt en effen getrokken.

Een 2-tal uur later is de “bak” opgevuld en geëgaliseerd.

Betonmixer, betonpomp zijn weg, 2 werknemers zitten gedurende één uur de krant te lezen in hun camjonet laten gedurende één uur de beton gedeeltelijk uitharden, en dan beginnen ze met het polieren (dat ongeveer 3 uur duurt).  Ze strooien er een mengsel van kleurstofpoeder (om ongeveer dezelfde kleur als de dorpels te bekomen) en harde kristallen (voor een harde toplaag) op.  Met een poliermachine lopen ze vervolgens het ganse oppervlak in alle richtingen af gedurende ongeveer 3 uur.

Dit is het eindresultaat : ik ben een tevreden mens !!

Een paar uur later is nog iemand langsgekomen om een soort “vernis” op te vernevelen, zodanig dat de vloer niet te snel uitdroogt.  Die “vernislaag” slijt in een paar maanden weg.  ‘s Anderendaags is iemand uitzettingsvoegen komen inslijpen (ongeveer halverwege de vloer is een gleufje ingeslepen, zowel in de lengte- als breedterichting).

De vloer moest ik bij droog weer regelmatig eens dweilen met regenwater om te zorgen voor een trage uitdroging.  Na 14 dagen heb ik de bekisting eraf gehaald.

Klaarmaken voor het gieten van een gepolierde betonvloer.

April 2007

Twee mogelijkheden : ofwel mets je eerst een garage, en laat je dan een polybetonvloer erin gieten (voordeel : geen kans op beschadigen van de vloer tijdens de constructie van de garage, nadeel : ze kunnen de hoeken en randen minder mooi afwerken), ofwel giet je eerst de polybetonvloer, en mets je daar de garage op (voordeel : hoeken en randen even mooi gepolierd als de rest, nadeel : tijdens de constructie van de garage goed opletten voor beschadigingen, mortelresten ed). 

1. Er moet een betonplaat opkomen van 15 cm dik die gewapend is.  Om dat te doen zaag ik waterbestendige vezelplaten in stroken van 15 cm.  Die zet ik op volgende manier vast : plankjes op de betonsteen vijzen (recht op een lijn), daartegen de stroken van 15 cm hoog zetten, en vastschieten met een dwarsplankje.   Zoals je kan zien komt de betonplaat niet tot aan de buitenkant van de betonstenen.  Er is plaats overgelaten voor de gevelsteen en spouw (en indien nodig isolatie).

2. De “bak” binnen de betonstenen opvullen met (stabilizé of) zand  zodat het gelijk komt met de betonstenen, en aantrillen met een trilplaat.

3. De dorpels plaatsen (deur en garagepoort).  Dit is nogal secuur werk.  De bovenkant van de dorpel moet op gelijke hoogte komen als de 15 cm boord zodat de polybeton later perfect aansluit op de dorpels.  Dit moet ook perfect waterpas liggen, anders krijg je problemen dat de garagepoort niet perfect zal afsluiten.  Dit is “makkelijk” te doen door stenen onder de dorpels te leggen, bijna op de uiteinden van de dorpels.  Met houten spieën de hoogte aanpassen zodat de dorpel op de juist hoogte komt, waterpas ligt, en op een rechte lijn ligt met de rand…  Simpel, nietwaar 😉

4. Mijn dorpels waren nogal breed (50 cm), dus heb ik eerst de voorkant vastgemetst (de opening tussen de betonsteen en de dorpel opvullen met stenen en mortel zodat de voorkant goed vast komt te zitten). 

5. Na 2 dagen uitharden heb ik dan de achterkant opgevuld met mortel en stenen, en ook betonijzers ingewerkt.

6. Dezelfde werking voor de dorpel van de deur.

7. De buizen voor toevoer en afvoer van water, en om elektriciteitskabels door te trekken voorzien van een stussenstuk en afsluitstop zodat dit ongeveer 1 cm onder de betonvloer terechtkomt.  Nadat de vloer gegoten is, zal je die makkelijk terugvinden omdat er een kleurverschil zal zijn bij uitharden tussen de laat beton van 15 cm , en dat van 1 cm.  Nadien moet je voorzichtig de cm beton boven het deksel wegkloppen, en het deksel eruit prutsen.  Indien je het deksel boven de beton laat uitkomen, kunnen ze er rond niet zo mooi polieren.

8. Plastic in de bak leggen, betonsteentjes op regelmatige afstand leggen, en wapeningsnetten inleggen.  Ervoor zorgen dat de netten elkaar overlappen, en ze vastmaken aan elkaar met ijzerdraad (of van die plastic kosselbandjes (kabelbinders)).  De randen plastic afsnijden juist onder de rand van de 15 cm hoge zijplanken.

9. Nog de dorpels afplakken als bescherming, en aan de randen een boordje plakken, en het is klaar.